| 'Ze proberen elkaar in beleefdheid te overtreffen' (Rom.12,10), ze verdragen elkaars zwakheden van lichaam of karakter met groot geduld en doen hun uiterste best om elkaar te gehoorzamen. Niemand volgt zijn eigenbelang maar juist dat van een ander. Ze bewijzen elkaar in zuivere liefde broederlijke genegenheid, zijn vol ontzag voor God en beminnen hun abt met een oprechte, nederige genegenheid. En ze stellen in het geheel niets boven Christus. (RB 72)
|