Birgittijnen (1615-1784) |
In 1610 trok Gilles De Lattre, gewezen dienstknecht van Mgr. De Hennin,
bisschop van Ieper, zich met twee gezellen terug in de eenzaamheid
van het Duinengoed bij de 'Capelle Sint-Seicx', na hiervoor
toelating te hebben verkregen van de Abt van de abdij Ten
Duinen.
Na enkele jaren als kluizenaar (eremijt) te hebben geleefd, sloten zij zich in 1615 aan bij de Orde van de Allerheiligste Heiland, gewoonlijk Orde van de Birgittijnen genoemd, naar de naam van de stichteres, de Heilige Birgitta van Zweden.
|
 |
|
|
|
De Birgittijnenkloosters waren gewoonlijk dubbelkloosters: een afdeling voor mannen en een voor vrouwen. Sint-Sixtus was het eerste klooster uitsluitend voor mannen bestemd. Het groeide spoedig uit tot een kleine congregatie met meerdere huizen.
Op voorspraak van de bisschop van Ieper schonk de Duinenabdij
op 21 augustus 1630 de grond waarop het klooster van de Birgittijnen
was gebouwd aan de monniken, op voorwaarde dat zij Ten Duinen zouden
blijven erkennen als de werkelijke heren van die plaats en dat zij
elk jaar op het feest van de H. Bernardus een grote
kaars zouden schenken aan de Duinenabdij.
|
| |
|
|
|
| De meeste namen van deze birgittijnen zijn ons overgeleverd,
o.m. Frater Egidius De Latre, Frater Gabriël à sancto Spiritu,
Pater Egidius à Deserto, Pater Augustinus à sancta Monica.
De gemeenschap kende steeds een beperkte omvang. Volgens het obituarium,
dat in de Sint-Sixtusabdij bewaard wordt, telde de gemeenschap in
de loop van haar 170-jarige bestaan in totaal ongeveer 95 leden
(23 broeders, 72 paters). Zij waren afkomstig uit de regio: Poperinge,
Ieper, Hazebrouck, Duinkerken, Roesbrugge, Beveren, Alveringem,
Vleteren...
|
|
Onder het bewind van de Oostenrijkse Habsburgers, meer bepaald onder Keizer Jozef II, kwam een einde aan de bewoning van Sint-Sixt door de Birgittijnen, die meer dan anderhalve eeuw had geduurd. Jozef II drong een reorganisatie van het kerkelijk leven op en ging bij decreet zelfs over tot de opheffing van de contemplatieve Orden. De monniken werden verplicht opnieuw "in de wereld" te leven nadat hun een soort steungeld was toegekend. Verzoekschriften aan de overheid te Brussel gericht door de bevolking, de pastoors en de paters zelf om deze maatregel ongedaan te maken, vonden geen gehoor.
|
|
|
Op dat ogenblik verbleven te Sint-Sixtus acht priesters-monniken, drie lekebroeders en drie novicen. De monniken zagen zich genoodzaakt op 15 mei 1784 het klooster te ontruimen, dat kort daarop met de hele inboedel werd verkocht. De gebouwen werden afgebroken en het materiaal werd gerecupereerd.
|
|
|
Enkele jaren later, toen de Franse legers (na de Franse revolutie) onze gewesten binnenvielen en er een regelrechte godsdienstvervolging uitbrak, leek Sint-Sixtus een stille dood gestorven te zijn. Gods Voorzienigheid zou er evenwel anders over beslissen: een zekere Jan-Baptist Victoor (geboren te Reningelst in 1756) bleek zijn uitverkoren werktuig...
|
|
|
|
|
|
|
|
|