silhouetten monniken

 

De Sint-Sixtusabdij van Westvleteren

 

 

NL FR EN

Het wapenschild van de abdij
Home
Leven als monnik
Geschiedenis abdij
Kruisweg
Gastenhuis
Claustrum
Brouwerij
Ter meditatie
Links
Woorduitleg
Site map
 
Verbouwingen
Nieuws

Ter meditatie


De weg van bezinning

Bezinning is geen afwezig zijn maar een aanwezig zijn. Door haar worden wij ons op de eerste plaats van onszelf bewust. Zij laat ons in de werkelijkheid aanwezig zijn, namelijk in de werkelijkheid van dit ogenblik en op deze tijd van ons leven die van de grootste betekenis is. Zij stelt ons aanwezig voor God en dóór Hem aanwezig voor al het andere. Voor alles brengt zij ons aanwezig voor Hem.

 

We moeten op de eerste plaats in onszelf aanwezig zijn. Door onze dageglasraam pandganglijkse zorgen en beslommeringen worden we bij onszelf vandaan getrokken. Zolang wij ons hieraan overgeven, is onze ziel niet thuis. Zij is losgerukt uit haar eigen werkelijkheid en getrokken naar de illusie waartoe zij neigt. De werkelijkheid die zij ís en die zij hééft, laat zij schieten om een zwerm van mogelijkheden te volgen. Maar mogelijkheden hebben vleugels en onze ziel moet van zichzelf vandaan vliegen om die mogelijkheden op hun vlucht te kunnen volgen. Als wij leven van mogelijkheden, laten wij als bannelingen Gods aanwezigheid in ons leven achter ons. Zonder thuishaven verplaatsen we ons naar een toekomst of een verleden die ons geen van beide toebehoren, daar zij altijd buiten ons bereik liggen. Het héden is ons domein. Alles wat het ons heeft te bieden, mogen wij in bezit nemen. De enige mogelijheid die ons in staat stelt om dat ook werkelijk te doen, is bezinning.

Uit: Thomas Merton, Een leven lang om geboren te worden. Mediteren met Thomas Merton. Samengesteld en ingeleid door Henk Blommestijn en Riet Hoogerwerf. Meinema: 2001, p.100-101.


Wanneer de ziel alleen staat in oeverloze eeuwigheid, wijd geworden, gered door de eenheid die haar opneemt, dan wordt haar iets eenvoudigs onthuld, het onuitsprekelijke, het reine en naakte niets. (Hadewijch)

Betekenis van mijn leven=de mystiek van God in alles leven en laten leven. Ik ervaar de grondslagen en de ontwikkeling van deze mystiek als volgt: 1.Mystieke capaciteiten. Het zijn er twee: a)de liefde voor de persoon -vooral aanwezig tussen vrouw en man= liefde voor wat innig, doordringend, geconcentreerd is; b)liefde voor de wereld -aanwezig in alle mensen [...] komt bij alle mystici voor, maar blijft vaak onopgemerkt= liefde voor wat groot, machtig, omhullend, absoluut is. 2.Deze beide capaciteiten zijn noodzakelijk, moeten dus gecultiveerd worden (dit wil zeggen: de beide capaciteiten om lief te hebben moeten, om ons met God te verenigen, hun object voortzetten, niet verlaten). 3.De persoon en de wereld mogen niet verworpen worden als nutteloos, zodra de capaciteit om lief te hebben voldoende sterk zijn. Maar om de persoon en de wereld tegelijkertijd met God lief te kunnen hebben (zonder dat zij door de kennis die wij van God hebben, hun bekoring verliezen), moeten wij voor hen een absolute en goddelijke stimulans vinden. 4.God een 'esse tractabile' (een aanraakbaar, hanteerbaar bestaan) geven is de betovering van het universum. We voelen God overal (net als de lucht), want Hij handelt of wij handelen. -We intensiveren Hem om ons heen door de wereld te vergeestelijken. Wij kunnen dus in het hart van het universum 'God betasten'. De kosmische liefde kan als bemiddelaar dienen om de personele liefde te vergoddelijken. [...]Ze is een gepriviligieerd punt van de vergoddelijking van de gevoelens. De hogere mystieke impressie, de vereniging van de liefde met de persoon, met de totaliteit in onze Heer. [...]Een belangrijk element in de mystiek is het genot (de hartstocht) over het bespeurde goddelijke element. [...] Hoe meer ik mezelf ben, des te meer hoor ik bij God. (Vgl. een cel in een organisme) Hoe meer je realist bent, des te meer ben je mysticus. De hartstocht om zich met God te verenigen, dwingt de mysticus om de dingen hun maximum aan werkelijkheid te geven. (Teilhard de Chardin, Christelijke mystiek 475 uit: A.Grün & G.Riedl. Mystiek en Eros. Kampen: Ten Have, 2007, p.78-79)

Uiteindelijk is de boodschap van de mystiek betreffende het zelf deze: het zelf is essentieel meer dan een zelf; transcendentie behoort wezenlijk tot het zelf. Wanneer het zelf faalt in het onderkennen van deze transcendentie, dan wordt het gereduceerd tot minder dan een zelf. Tijdens de laatste eeuwen heeft onze cultuur zich voor deze boodschap niet echt ontvankelijk getoond. Meestal heeft ze het zelf, het ik, verengd, gereduceerd tot een functie van gewone, elementaire ervaringen. Voor deze 'reductie' betalen we een hoge prijs: de-humanisering en een algemeen gevoel van on-vervuld zijn.
Beroofd van zijn transcendente dimensie wordt het zelf beroofd van de levensruimte die het nodig heeft om zichzelf te verwezenlijken. De echte vrijheid komt in het gedrang en de echte mogelijkheden om nog een zin te geven aan wat buiten de ervaring ligt, wordt uitgesloten. (Louis Dupré. Terugkeer naar innerlijkheid. DNB, 1976,p.112-113)

Het kleinste waarvan je het zijn in God onderkent, ja de bloem, waarvan je onderkent dat zij een zijn in God heeft, is edeler dan de hele wereld. (Meister Eckhart)

Sommige eenvoudige mensen menen dat zij God moeten zien als staande daarginds en zij hier. Zo is het niet -God en ik, wij zijn één. (Meister Eckhart)


In Ter meditatie archief kan je de reeds verschenen teksten bekijken.