|
Wanneer de ziel alleen staat in oeverloze eeuwigheid, wijd
geworden, gered door de eenheid die haar opneemt, dan wordt haar
iets eenvoudigs onthuld, het onuitsprekelijke, het reine en naakte
niets. (Hadewijch)
Betekenis van mijn leven=de mystiek van God in alles leven
en laten leven. Ik ervaar de grondslagen en de ontwikkeling van
deze mystiek als volgt: 1.Mystieke capaciteiten. Het zijn er twee:
a)de liefde voor de persoon -vooral aanwezig tussen vrouw en man=
liefde voor wat innig, doordringend, geconcentreerd is; b)liefde
voor de wereld -aanwezig in alle mensen [...] komt bij alle mystici
voor, maar blijft vaak onopgemerkt= liefde voor wat groot, machtig,
omhullend, absoluut is. 2.Deze beide capaciteiten zijn noodzakelijk,
moeten dus gecultiveerd worden (dit wil zeggen: de beide capaciteiten
om lief te hebben moeten, om ons met God te verenigen, hun object
voortzetten, niet verlaten). 3.De persoon en de wereld mogen niet
verworpen worden als nutteloos, zodra de capaciteit om lief te hebben
voldoende sterk zijn. Maar om de persoon en de wereld tegelijkertijd
met God lief te kunnen hebben (zonder dat zij door de kennis die
wij van God hebben, hun bekoring verliezen), moeten wij voor hen
een absolute en goddelijke stimulans vinden. 4.God een 'esse tractabile'
(een aanraakbaar, hanteerbaar bestaan) geven is de betovering van
het universum. We voelen God overal (net als de lucht), want Hij
handelt of wij handelen. -We intensiveren Hem om ons heen door de
wereld te vergeestelijken. Wij kunnen dus in het hart van het universum
'God betasten'. De kosmische liefde kan als bemiddelaar dienen om
de personele liefde te vergoddelijken. [...]Ze is een gepriviligieerd
punt van de vergoddelijking van de gevoelens. De hogere mystieke
impressie, de vereniging van de liefde met de persoon, met de totaliteit
in onze Heer. [...]Een belangrijk element in de mystiek is het genot
(de hartstocht) over het bespeurde goddelijke element. [...] Hoe
meer ik mezelf ben, des te meer hoor ik bij God. (Vgl. een cel in
een organisme) Hoe meer je realist bent, des te meer ben je mysticus.
De hartstocht om zich met God te verenigen, dwingt de mysticus om
de dingen hun maximum aan werkelijkheid te geven. (Teilhard de Chardin,
Christelijke mystiek 475 uit: A.Grün &
G.Riedl. Mystiek en Eros. Kampen: Ten Have, 2007, p.78-79)
Uiteindelijk is de boodschap van de mystiek betreffende het
zelf deze: het zelf is essentieel meer dan een zelf; transcendentie
behoort wezenlijk tot het zelf. Wanneer het zelf faalt in het onderkennen
van deze transcendentie, dan wordt het gereduceerd tot minder dan
een zelf. Tijdens de laatste eeuwen heeft onze cultuur zich voor
deze boodschap niet echt ontvankelijk getoond. Meestal heeft ze
het zelf, het ik, verengd, gereduceerd tot een functie van gewone,
elementaire ervaringen. Voor deze 'reductie' betalen we een hoge
prijs: de-humanisering en een algemeen gevoel van on-vervuld zijn.
Beroofd van zijn transcendente dimensie wordt het zelf beroofd van
de levensruimte die het nodig heeft om zichzelf te verwezenlijken.
De echte vrijheid komt in het gedrang en de echte mogelijkheden
om nog een zin te geven aan wat buiten de ervaring ligt, wordt uitgesloten.
(Louis Dupré. Terugkeer naar innerlijkheid.
DNB, 1976,p.112-113)
Het kleinste waarvan je het zijn in God onderkent, ja de bloem,
waarvan je onderkent dat zij een zijn in God heeft, is edeler dan
de hele wereld. (Meister Eckhart)
Sommige eenvoudige mensen menen dat zij God moeten zien als
staande daarginds en zij hier. Zo is het niet -God en ik, wij zijn
één. (Meister Eckhart)
|